Oeigoeren / CET
Autor:
-
(
)
Datum:
10/03/2004
De categorie:
Oeigoeren
Nu de Chinezen zichzelf tot medestanders in de Amerikaanse strijd tegen het 'wereldterrorisme'
hebben uitgeroepen, kunnen ze zonder al te veel westers protest nog harder te
keer gaan tegen de separatistische Oeigoeren in de noordwestelijke provincie Xinjiang.
Die baren hen namelijk al sinds de annexatie in 1949 kopzorgen.
Deze provincie, een gebied ter grootte van Zwitserland dat door de separatisten
Oost-Turkestan wordt genoemd, wordt voornamelijk bewoond door de islamitische
Oeigoeren, die verwant zijn aan de etnisch-Turkse volkeren van de Centraal-Aziatische
ex-sovjetrepublieken. De onafhankelijkheid van deze republieken in 1991 heeft
ook het separatisme van de Oeigoeren aangewakkerd. In de voormalige onafhankelijke
Republiek van Oost-Turkestan wonen volgens de laatste volkstelling zo’n 7.5
miljoen Oeigoeren en 6 miljoen Chinezen, terwijl er voor de annexatie nog geen
300.000 Chinezen geteld werden.
In historisch West-Turkestan, dat nu verdeeld is over Oezbekistan, Kazachstan,
Kirgizie, Toerkmenistan en Tadzjikistan, wonen nog eens een half miljoen Oeigoeren.
Oeigoerse radicale verzetsgroepen vestigden in de jaren negentig de internationale
aandacht op het Oeigoerse separatisme door gewelddadige bomaanslagen te plegen
in de hoofdstad van Xinjiang, Urumqi, en in twee andere Chinese steden, waaronder
de hoofdstad Peking. Zo waren er in 1997, op de dag van de rouwceremonie voor
de overleden partijveteraan Deng Xiaoping, bomaanslagen op
stadsbussen in Peking en Urumqi.
Volgens ballingen in het buitenland, met name in Kazachstan, waar 300.000 Oeigoeren
wonen, zijn de aanslagen daden van verzet tegen de brute onderdrukking door
de Chinese overheid, die uit is op de totale assimilatie van de Oeigoeren. De
Chinese overheid zegt echter over bewijzen te beschikken dat Oeigoerse terroristen
fundamentalistische bedoelingen hebben en dat een aantal van hen is getraind
in Afghaanse terroristenkampen.
Het optreden van de onafhankelijkheidsstrijders is in de afgelopen drie tot
vier jaar wel brutaler en radicaler geworden. Onder de ruim dertig verzetsbewegingen
voor een onafhankelijk Oost-Turkestan is het in de Kazachse hoofdstad Almaty
gevestigde Comite voor Oost-Turkestan (CET) waarschijnlijk de meest radicale.
De beweging werd in 1944 opgericht als guerrillaleger dat tegen de Chinezen
moest vechten.
In de jaren negentig was het CET betrokken bij een aantal aanslagen op Chinese
doelen en opstanden tegen het communistisch bewind. De rebellie werd door Peking
telkens weer bloedig neergeslagen, met vele doden tot gevolg. Zoals in 1997,
aan het begin van de ramadan in Ghulja, toen de Chinese politie tientallen Oeigoeren
bij wijze van ontmoediging publiekelijk executeerde in het stadscentrum.
De huidige leiders van het CET zouden de stokoude Tajnutdin Basakov
en Yusuf Muchlisi zijn, die zich beiden in Kazachstan bevinden.
Meer dan eens hebben ze tegenover de pers bevestigd dat hun organisatie betrokken
was bij gewelddadige aanslagen in Urumqi en Peking. Kazachstan heeft tot dusver
nog geen Oeigoeren willen uitleveren aan Peking.
Avontuurlijke toeristen die de beroemde zijderoute naar China volgen, komen
door Xinjiang.
Artikelen op thema:
DE OEIGOEREN EN DE STAAT IN XINJIANG, VOLKSREPUBLIEK CHINA Peking pakt Oeigoeren onverbiddelijk aan CHINA - Oeigoers vluchteling terechtgesteld