Peking pakt Oeigoeren onverbiddelijk aan
Autor:
rnw.nl
(
)
Datum:
09/12/2003
De categorie:
Oeigoeren
De
Amerikaanse 'oorlog tegen het terrorisme' vindt wereldwijd navolging. Niet alleen
in Israel en in Tsjetsjenie is de strijd verhard. Ook de Chinese regering lijkt
een vrijbrief gevonden te hebben om de islamitische Oeigoeren - in het westen
van China - nog harder aan te pakken dan zij al deed. Peking stuurt zoveel mogelijk
Han-Chinezen naar Xinjiang, opdat de Oeigoeren in eigen provincie een minderheid
worden.
Op drieenhalf uur vliegen van Peking ligt Xinjiang, de grootste en meest westelijke
provincie van China. In Xinjiang wonen meer dan 6 miljoen Oeigoeren. Om een
beeld van de uitgestrektheid van deze provincie te krijgen: Japan past er vier
keer in.
Geen verwantschap
Maar Xinjiang ligt niet alleen fysiek op grote afstand van Peking. Ook cultureel
heeft het nauwelijks raakvlakken met China. Er is geen religieuze of etnische
verwantschap tussen Oeigoeren en Chinezen. Xinjiang heeft buitengrenzen met
Kazachstan, Kirgizie, Tadzjikistan, Pakistan, India en Mongolie. Net zoals het
merendeel van de bewoners van de 'stan'-landen, zijn de Oeigoeren moslim. Etnisch
zijn zij aan de Turken verwant. De Oeigoeren streven een eigen, onafhankelijke
staat na: Oost-Turkestan.
De Chinese overheid moet van dit streven helemaal niets hebben. Actieve voorstanders
van de onafhankelijkheid riskeren langdurige straffen. Een onbekend aantal Oeigoeren
is zelfs geexecuteerd. Ook voert de Chinese regering een actieve bevolkingspolitiek.
Dankzij interne migratie is inmiddels 40% van de bevolking in Xinjiang Han-Chinees,
tegen 47% Oeigoeren. In de provinciehoofdstad Urumqi vormen de Han-Chinezen
met 80% inmiddels een ruime meerderheid. Een massale militaire aanwezigheid
van het Chinese leger in de provincie moet de rest doen; het symboliseert de
volledige controle van Peking over Oost-Turkestan.
Lange vruchteloze strijd
De Oeigoeren strijden al decennialang voor een onafhankelijk islamitisch Oost-Turkestan.
In de afgelopen eeuw, in 1933 en in 1944, hadden hun pogingen succes. Maar in
1933 was het de Sovjet Unie, en eind jaren veertig waren het de Chinese communisten
die een eind maakten aan de onafhankelijkheid. Sindsdien is het niet meer gelukt
om aan de Chinese overheersing te ontsnappen.
De laatste decennia worden getekend door – mislukte - pogingen tot opstand
en Chinese repressie. In 1998 overleed de Oost-Turkestaanse leider Jusuf Alptekin,
die geweldloos verzet propageerde. De meest radicale groep in Xinjiang is de
Oost-Turkestaanse Jeugd. Zij gebruiken wel geweld. Deze groep zou ongeveer 2000
leden tellen. Een aantal van hen hebben een militaire training ondergaan in
Afghanistan en andere islamitische landen.
Intensievere vervolging
Volgens een rapport van Amnesty International worden Oeigoeren sinds 11 september
met nog hardere hand aangepakt dan daarvoor. De Chinese regering heeft de Oeigoeren
gebrandmerkt als 'separatisten' en 'terroristen', die met de Taleban in Afghanistan
zouden hebben meegevochten. Ook al is dit incidenteel inderdaad het geval geweest,
volgens Amnesty worden niet alleen terroristen vervolgd.
Ook Oeigoeren die enkel hun godsdienst willen belijden of hun cultuur verdedigen,
riskeren arrestatie. Alle islamitische scholen zijn inmiddels gesloten. 100.000
Oeigoeren zitten gevangen in kampen. Executies komen regelmatig voor. De aanslagen
van de elfde september hebben de situatie van de Oeigoeren uitzichtlozer gemaakt
dan ooit.
Door China-correspondent Anne Meijdam, 1 mei 2002
Artikelen op thema:
DE OEIGOEREN EN DE STAAT IN XINJIANG, VOLKSREPUBLIEK CHINA